Opengaan voor de Geest
Vanavond wil ik ingaan op fase vier van de bewustzijnstransformatie
van ego naar hart. Hierbij nogmaals de fasering samengevat:
1. |
onbevredigd
zijn door de werkzaamheid van een louter
ego-gebaseerd bewustzijn, verlangen naar ‘iets anders’: het
begin van het einde |
2. |
bewustwording
van je bindingen met het ego-bewustzijn;
herkennen en geleidelijk aan loslaten
van de daarmee gepaard gaande energieën
(emoties, gedachten): het
midden van het einde |
3. |
sterven
ten opzichte van de oude ego-gebaseerde
energieën,
je cocon afwerpen, je nieuwe zelf worden: het
einde van het einde |
4. |
het ontwaken en opbloeien van
een hart-gecentreerd bewustzijn,
gebaseerd op liefde en vrijheid; anderen
helpen met de overgang |
Als je in fase
vier bent aangekomen, heb je een rustpunt gevonden in jezelf.
Je maakt dan regelmatig contact met een stilte in je hart waarvan
je weet dat het een eeuwig stuk in jezelf is. Alles wat je ervaart
is relatief vergeleken bij dit ondoorgrondelijke, absolute Zijn.
Dit stiltepunt in jezelf is in de traditie ook wel Geest
genoemd.
Er werd daarbij een onderscheid gemaakt tussen geest,
ziel en lichaam.
Het lichaam is het materiële voertuig waarin de ziel tijdelijk
woont. De ziel is het etherische, psychische ‘ankerpunt van
ervaringen’ door vele aardse levens heen. De ziel ontwikkelt
zich, ontplooit zich doorheen de tijd. De geest niet.
De geest is het onvergankelijke, tijdsloze godsbewustijn
dat in iedere ziel aanwezig is en haar grondslag vormt. De ziel maakt
tot op zekere hoogte deel uit van de dualiteit; zij wordt door haar
ervaringen in de dualiteit gevormd en transformeert zich doorheen
die ervaringen tot een prachtig kristal met talloze geslepen facetjes.
De geest ontwikkelt zich niet in de tijd. Zij vormt de achtergrond
waartegen alles zich ontwikkelt. Zij is het alfa en omega, het Zijn,
de Bron.
Stilte, uiterlijk maar vooral innerlijk, vormt de beste
toegangspoort tot het ervaren van deze bron, waarmee
je in de kern van je wezen één bent. In de stilte kun
je voeling krijgen met het meest wonderlijke en vanzelfsprekende
dat er is: Geest, God, Bron, Zijn.
De ziel omvat de belevingen van vele incarnaties. De
ziel beschikt over meer kennis dan je aardse persoonlijkheid. Ze
staat in contact met niet-zintuiglijke bronnen van kennis: bijvoorbeeld
met jouw persoonlijkheden in andere incarnaties en met allerlei astrale
dimensies. Ondanks deze kennis, kan de ziel in een toestand van onwetendheid,
onrust en verwarring verkeren. Ze kan traumatische ervaringen opdoen
en tijdelijk in duisternis verkeren. De ziel is steeds in ontwikkeling
en volgt een bepaald pad naar verrijking, naar begrip van de dualiteit
in het leven op aarde.
De geest is het onbeweeglijke punt achter en in deze
ontwikkeling. De ziel kan verduisterd of verlicht zijn. De geest
niet, de geest is het zuivere zijn. En daarmee maak je contact als
je in fase vier terecht bent gekomen.
Het contact maken met de geest in jezelf, de God in jezelf,
gaat geleidelijk en gradueel. Er zijn geen vaste gebaande paden of
methoden voor.
Geleidelijk aan richt de focus van je aandacht zich op
dit stiltepunt in jezelf, waarin er geen gedachten of gevoelens zijn.
De sleutel hiertoe is niet discipline (jezelf iets opleggen,
bijvoorbeeld een uur per dag mediteren) maar begrip: “het
is de stilte die mij thuisbrengt, niet mijn gedachten en gevoelens”.
Dit begrijpen is een gestaag groeiend inzicht in jezelf,
in hoe het mechanisme van gevoelens en gedachten werkt.
Het is een geleidelijk aan loslaten van gewoontes, een opengaan voor
het bewustzijn van het hart, en het sterven van het oude, egogebaseerde
bewustzijn.
Sterven is niet iets wat je doet, het is iets wat je
laat gebeuren. Je laat je meevoeren door de dood. De dood staat hier
voor: transformatie, verandering. De dood is altijd en alleen: verandering,
afleggen van het oude en opengaan voor het nieuwe.
Er is niet zoiets als een moment of een periode waarin
je ‘niet bent’, d.w.z. dood bent in jullie definitie.
De dood zoals jullie die definiëren, bestaat dus helemaal niet.
Jullie angst voor verandering is altijd datgene wat jullie
bang doet zijn voor de dood. Niet alleen voor de fysieke
dood, maar ook het voor geestelijke en gevoelsmatige sterven dat
gedurende het leven plaatsheeft. Bij elk afscheid, bij elk gedachtepatroon
of emotioneel vaarwater dat je verlaat, is er sprake van doodgaan.
Zonder doodgaan zou alles bij het oude blijven, je zou
de gevangene worden van de vorm: je lichaam, je denkgewoonten, je
gevoelspatronen. Verstikkend, is het niet? De dood is een bevrijder,
een waterval vol bruisend water die oude, roestige poorten openslaat
en de weg baant naar nieuwe, verruimende ervaringen.
Wees niet bang voor de dood. Er is geen dood, slechts
verandering.
Het overgaan van een egogebaseerd naar een hartgedragen
bewustzijn is in veel opzichten een stervenservaring.
Naarmate je steeds meer samenvalt met de geest, de God
in jezelf, valt er een heleboel weg, waarover je je vroeger druk
maakte.
Je gaat steeds meer beseffen dat er in diepere zin niets
te doen valt, er valt alleen te zijn. Vereenzelvig
je je met het pure zijn in jezelf, in tegenstelling tot de vliedende
gedachten, emoties, wensen, overtuigingen, dan heeft dat direct effect
op je leven. De geest is niet slechts een abstractum. Het is een
realiteit die je kunt verwerkelijken in je leven. Het contact met
deze zuivere bron zal je leven veranderen. Het raakt alles aan. Omdat
het goddelijk is, omdat het God is, is het creatief, maar op een
voor mensen bijna onbegrijpelijke manier.
Het is stil en bewegingsloos en toch is het creatief.
Het is onbegrijpelijk. Het is ook niet iets om te begrijpen,
het is iets om te ervaren. Als je het in je eigen leven
toelaat, gaat herkennen, dan valt er steeds meer op zijn plaats,
omdat je de dingen op een heel andere manier gaat ervaren.
Afgestemd op de stilte, het bewegingsloze Zijn in jezelf,
stop je met het vervormen van de werkelijkheid, en alles valt terug
in zijn natuurlijke harmonie. Jij valt terug in je natuurlijke zijnswijze.
Het gaat vanzelf, er is vrede, er is harmonie. Er is
betekenis, er is zin. Je ervaart dat de gebeurtenissen en de volgorde
en het tempo waarin ze zich voltrekken, betekenisvol is. Je voelt
geen behoefte meer om de dingen naar je eigen hand te zetten. Je
stemt je af op het goddelijke ritme.
Helpen vanuit de geest
Ben je in die zijnstoestand, dan voel je ook geen behoefte
meer om anderen te helpen: dat gebeurt gewoon.
Het komt op een natuurlijke wijze op je af. Energetisch
zend je bepaalde trillingen uit. Er gaat iets van je uit zonder dat
je ook maar iets doet, en automatisch verschijnen bepaalde mensen
op je pad.
Jij brengt iets in hen ‘in trilling’.
Op dat punt ben je een spiegel voor hen, ze zien in jou
een aspect waarmee ze zelf worstelen maar dat in jou
tot klaarheid is gekomen. Daarmee kun jij hen iets leren,
en dat ‘leren’ voltrekt
zich door middel van jouw aanwezigheid en jouw natuurlijke
expressie (de uitingsvorm die je het meest ligt). Je
deelt je eigen zijn met een ander, waardoor een ander de mogelijkheid
krijgt klaarheid te ontvangen omtrent iets in zijn/haar leven. Jij
hoeft daar niets voor te doen, jij hoeft slecht open te staan voor
de ander die op je pad verschijnt.
Als heler of therapeut hoef je dus alleen maar te letten
op je contact met het goddelijke stiltepunt in jezelf. Het is dit
contact wat in een ander iets teweeg kan brengen. Het is dit contact
wat anderen aantrekt en jouw aanwezigheid helend maakt voor hen.
Heling en genezing van de ander volgt dan vanzelf, als de tijd daarvoor
rijp is. Of de tijd rijp is, hangt mede af van waar die andere mens
staat en wat zijn keuzes zijn.
Het er-zijn voor een ander heeft in die zin eigenlijk
een emotie-loze kwaliteit. Het vraagt om een niveau van
onthechting, waarop je de wil om een ander ‘beter te maken’ loslaat.
Deze wil is namelijk niet ingegeven door een werkelijk
begrip van de ervaringsweg die een mens (onbewust) wil
afleggen om zijn innerlijke waarheid te vinden. Zolang
je iets wilt veranderen of verbeteren aan een ander,
blokkeer je in feite zijn weg naar binnen. Veel mensen
hebben het nodig zelf bepaalde kwesties tot op de bodem
te ervaren, zodat ze op basis van een zelf verworven
en doorleefd inzicht iets kunnen gaan loslaten. Herken
je dit?! Gun dit een ander net zo sterk als je zelf.
Het is niet dus niet erg om niet emotioneel begaan te
zijn met je cliënten. Het is zelfs beter om vormen van emotionele
betrokkenheid los te laten, want als je je emoties laat
meespelen dan steekt je persoonlijke wil om dingen ten
goede te laten veranderen de kop op.
Op een bepaalde manier zijn emoties stoorzenders. Het
zijn wolken die voor de zon staan. Ze bedekken de waarheid
omdat in emoties energieën van onbegrip zitten.
Die maken de emoties ook noodzakelijk.
We zeggen natuurlijk niet dat je emoties moet onderdrukken,
je kunt hen het beste opvatten als een taal waarvan het heel belangrijk
is om die te begrijpen. Het is wel zo dat als je je emoties eenmaal
begrijpt, het goed is ze ook weer los te laten, ze niet te verheerlijken.
Als je in een emotie zit, sta je in feite lijnrecht tegenover
het pure zijn of de geest in jezelf, omdat je in een emotie, van
bijvoorbeeld woede of verdriet, helemaal opgaat in de turbulentie
van het moment. Je bent jezelf even helemaal kwijt. Emoties geven
blijk van een onjuiste overtuiging die je zo naar de keel vliegt,
dat er als uitlaatklep een krachtige emotie verschijnt, die erom
vraagt geuit te worden. Het is goed om er uiting aan te geven op
een manier die anderen zo min mogelijk schaadt. Als je overspoeld
wordt door emoties, is het heel belangrijk die emoties te uiten,
zodat je weer contact kunt maken met je innerlijke kalmte, je ik,
de zon achter de wolken.
En met negatieve gedachten is het precies zo, die hangen
sterk samen met (negatieve) emoties. Positieve gedachten zijn anders
in de zin dat ze je niet wegtrekken van het zuivere zijn binnen in
je. Positieve gedachten en gevoelens maken deel uit van de levensstroom,
van de bron van Zijn. Ze zijn natuurlijk. Met positieve gedachten
bedoel ik niet de opgefokte positiviteit die je wel aantreft in bepaalde
therapievormen en die eigenlijk alleen gericht is op het kunnen of
willen presteren van iets. Ik doel hier op de positiviteit van vertrouwen
en overgave. Die hoort van nature bij het Zijn zoals dat ook in de
dieren en de natuur aanwezig is.
In fase vier gaat het erom het niveau van de ziel te
ontstijgen naar het niveau van de geest. Uiteraard bedoelen
we hiermee niet te zeggen dat de ziel ‘minder’ is
dan de geest. Het punt is: jij bent veel groter dan je
ziel. Door je te gaan vereenzelvigen met de geest, het
goddelijke in jezelf, kun je de ziel, het geheel van
ervaringen dat je in vele levens hebt opgebouwd, in perspectief
zien. Je verdrinkt er dan minder in. Dit heeft een helend
effect op de ziel.
© Pamela
Kribbe www.pamela-kribbe.nl