Zelfacceptatie
Deze teksten
zijn geïnspireerd door antwoorden
die wij – mijn man Gerrit en ik – ontvingen
van een geestelijke gids (die zich Jeshua noemt) op
vragen die wij gedurende trance-sessies aan hem voorlegden.
Zoals gezegd willen wij in detail beschrijven wat de overgang van
een ego-gecentreerd naar een hartgedragen bewustzijn inhoudt. We
willen nu verder gaan met een beschrijving van elk van de overgangsfasen,
zoals die in Lichtwerkers I werden aangeduid.
Deze fasen hebben we daar als volgt omschreven:
1. |
onbevredigd
zijn door de werkzaamheid van een louter
ego-gebaseerd bewustzijn, verlangen naar ‘iets anders’: het
begin van het einde |
2. |
bewustwording
van je bindingen met het ego-bewustzijn;
herkennen en geleidelijk aan loslaten
van de daarmee gepaard gaande energieën
(emoties, gedachten): het
midden van het einde |
3. |
sterven
ten opzichte van de oude ego-gebaseerde
energieën,
je cocon afwerpen, je nieuwe zelf worden: het
einde van het einde |
4. |
het ontwaken en opbloeien van
een hart-gecentreerd bewustzijn,
gebaseerd op liefde en vrijheid; anderen
helpen met de overgang |
Bewustwordingsfase 2: groeien naar zelfacceptatie
We zullen nu verder gaan met fase 2 in de overgang van
een egogecentreerd naar een hartgedragen bewustzijn.
In onze vorige tekst zijn we geëindigd op het moment
dat het bewustzijn zich niet meer identificeert met het
ego. Het maakt zich daarvan los en raakt daarmee in verwarring
over haar identiteit – wie ben ik, wat wil ik eigenlijk?
Het bewustzijn is groter geworden dan het ego en het
beziet de krachten die in het ego werkzaam zijn (macht,
ambitie, angst) nu met enige afstand. Tegelijk is er
verwarring omdat het ontbreekt aan een nieuwe oriëntatie.
Er heerst een gevoel van desoriëntatie, een gebrek
aan richting. Het is in die fase moeilijk om keuzes te
maken.
Eigenlijk ben je nu een stap achteruit aan het
zetten, een stap in de diepte: een stap naar binnen.
Je bewustzijn dringt door tot een diepere laag van jezelf
en daar kun je in aanraking komen met de herinnering
aan je eigen goddelijke zelf, je werkelijke herkomst.
Ten diepste ben jij een multi-dimensioneel wezen, dat
de tijd overstijgt, d.w.z. een wezen dat in meerdere
werkelijkheden tegelijk vertegenwoordigd is. Jouw huidige
persoonlijkheid is van dit multi-dimensionele zelf slechts één
aspect’. Naarmate dat aspect ‘op losse schroeven
komt te staan’ door te twijfelen aan zijn identiteit,
komt er een ruimte vrij waarin het weer contact kan maken
met het grotere zelf waar het deel van uitmaakt. Ook
dit schept verwarring.
Het gedurende lange tijd opereren vanuit een ego-bewustzijn
heeft innerlijke wonden gecreëerd. Het loslaten
van dit bewustzijn gaat gepaard met verwarring, twijfel
en desoriëntatie. Daarna wordt het belangrijk die
wonden te gaan waarnemen, begrijpen en helen:
dat is de volgende stap in het bewustwordingsproces.
Vanuit het ego heb je geopereerd op basis van angst.
Je bent meedogenloos geweest in het realiseren van je
eigen verlangens. Je hebt daarin jezelf en anderen verloochend
omdat je begeerte naar macht, controle en erkenning groter
was dan de impulsen van liefde.
Deze bewustzijnstoestand vormde een aanslag op je integriteit.
Je natuurlijke aard is Licht. De oneigenlijke manier
van zijn die hoort bij het ego-gecentreerde bewustzijn,
heeft sporen nagelaten in je ziel. Je bent vervreemd
geraakt van jezelf, je bent zo georiënteerd op de
buitenwereld voor goedkeuring en bevestiging dat het
vinden van een innerlijk anker van rust veel moeite kost.
Dit is de innerlijke wond die je met je meedraagt.
Als je je losmaakt van de overheersing van het ego, wordt
deze innerlijke wond steeds meer zichtbaar. Maar omdat
je tegelijkertijd in twijfel en verwarring bent, is het
niet meteen duidelijk wat je met die wond kunt aanvangen.
Vaak veroordelen jullie deze wonden in jezelf, omdat
ze leiden tot ‘verwerpelijk gedrag’: oncontroleerbare
emoties, communicatie- (en relatie-) problemen, verslavingen,
depressie, etcetera.
Deze zelfveroordeling is zeer kwetsend voor de ziel,
die zich eigenlijk net naar het Licht toe begint te openen.
Ze laat een deel van haar machts- en controlebehoefte
los, wordt gevoeliger, en raakt dan in de greep van negatieve
zelfveroordelingen. Dit is een toestand waarin heel veel
mensen gevangen zitten.
Eigenlijk ben je dan gevangen tussen twee werelden, die
van het ego en die van het hart. Je bent op zoek naar
een meer liefdevolle werkelijkheid, maar de zweepslagen
van het ego (de negatieve oordelen over jezelf) laten
je nog niet los.
In deze fase kan er hulp van buitenaf nodig zijn, van
iemand die dit proces zelf heeft beleefd en een bepaald
niveau van innerlijke rust en zelfliefde heeft bereikt.
Het belangrijkste in deze cruciale fase is dat je
gaat begrijpen wat de herkomst is van je innerlijke verwonding
en daarvoor begrip opbrengt.
Het egogecentreerde bewustzijn wordt geboren uit een
behoefte aan zelfbescherming. Het vormt een antwoord
op een onverklaarbaar gevoel van heimwee, een oerverlatenheid
die we besproken hebben in Lichtwerkers III. Tegen deze
achtergrond heeft het ego een machtsgreep gepleegd. Zij
is een oneigenlijke functie gaan vervullen. Haar natuurlijke
functie is die van “navigator” in de fysieke
wereld: het ego geeft het zielebewustzijn een zodanige
focus dat zij zich kan manifesteren in ruimte en tijd
(zie Lichtwerkers III). Maar in plaats van het vervullen
van deze natuurlijke navigatorfunctie, ging het ego het
gevoelsleven van de ziel beheersen en dicteren. Het ego
kreeg daarmee een vervormende invloed op de ziel. Het
is deze vervorming die we aanduiden met de term ‘egogecentreerd
bewustzijn’.
Als je in alle gedragingen van een egogecentreerd bewustzijn
de kern van angst kunt herkennen, die er altijd aan ten
grondslag ligt, ben je heel dicht bij een hartgedragen
bewustzijn.
Hoe verwerpelijk bepaald gedrag ook is – als je
de angst, de verlatenheid, de behoefte aan zelfbescherming
erin kunt herkennen, maak je contact met de ziel die
achter dit gedrag schuil gaat. Zodra je de angst er doorheen
ziet schemeren, kun je vergeven.
Dit geldt met name in relatie tot jezelf.
Neem eens iets in jezelf wat je steeds veroordeelt. Iets
waaraan je je vaak stoort in jezelf. Een ‘slechte
eigenschap’. Probeer eens door te dringen tot de
kern van deze neiging of eigenschap: kun je de angst
voelen die eraan ten grondslag ligt? Kun je begrijpen waarom
je zo doet, of voelt, of denkt? Zodra je begrijpt dat
de dieperliggende oorzaak van je ‘probleem’gedrag
angst is, kun je tolerantie en begrip voor jezelf opbrengen.
Je kijkt dan op een niet zelfveroordelende manier naar
jezelf.
Zolang je op angst gebaseerd gedrag, zoals agressie,
dominantie, onderdanigheid, ijdelheid, onzekerheid etcetera,
ziet in termen van “slecht”, “zondig” of “dom”,
dan vel je een oordeel. Maar oordelen is zelf bij uitstek
een op angst gebaseerde activiteit.
In het loslaten van een egogecentreerd bewustzijn, gaat
het om de ontwikkeling van een neutraal bewustzijn,
dat de oorzaken en effecten van egogebaseerd gedrag gewoon
waarneemt als iets dat ís.
Als je in alle gedragingen van het ego angst als oorzaak
kunt waarnemen, dan wordt het ego werkelijk doorzichtig
voor je en kun je het los gaan laten. Want angst
is vergeefbaar. Jullie kennen allemaal angst. Elk
mens wordt er mee geconfronteerd en kent de duisternis
en eenzaamheid van het gevangen zijn in angst. Als angst
openlijk getoond wordt in het gezicht van een medemens,
ontlokt dit aan vrijwel iedereen een spontane opwelling
om te helpen, te verlichten, te verzachten. (Denk maar
aan kinderen, die spontaan hun angst uiten).
Maar als angst zich indirect toont, achter een masker
van hardheid en geweld, is het onvergeeflijk. Hoe harder
en ongenaakbaarder het masker, hoe vernietigender het
gedrag (tegen zichzelf of anderen). Hoe gewelddadiger
en vernietigender het gedrag, hoe moeilijker het is de
angst en verlatenheid waar te nemen, die eraan ten grondslag
liggen.
Toch ben je daartoe in staat.
Vanuit je eigen doorleefde kennis van angst en verlatenheid,
kun je contact maken met de diepe angsten in de zielen
van moordenaars, verkrachters, misdadigers.
Het is voor jullie mogelijk te begrijpen waarom
iemand zo handelt. En als je het werkelijk begrijpt,
vanuit je eigen zelfkennis, kun je het loslaten. Het
is dan niet meer nodig om er een oordeel over te vellen.
Als je angst ziet als een kracht die er is en die je
van binnenuit kent, dan kun je het beoordelen van jezelf
of anderen in termen van goed en kwaad loslaten.
Angst is niet goed of slecht.
Angst IS, en heeft een bepaalde rol te vervullen.
Het is ook een wegwijzer naar huis; angst laat je zien
waar je kunt groeien. Angst is in die zin een bron van
evolutie, bewustzijnsverruiming. Daar waar God niet is,
is er ruimte voor groei en ontwikkeling.
Dit is moeilijk te begrijpen voor mensen, die zich geconfronteerd
zien met zoveel ellende en geweld op een ooit zo mooie
planeet.
Je kunt je niet voorstellen dat God dit gewild heeft,
ook al zou dat groei en evolutie brengen.
Op een bepaalde manier kun je de bedoeling van dit hele
proces alleen begrijpen op een gevoelsmatige manier,
niet met het intellect. En je kunt het eigenlijk pas
begrijpen vanuit een hartgedragen bewustzijn.
Het ego is te zeer vervuld van woede, om open te staan
voor diepere betekenissen, voor iets wat zij niet kent.
Begrijpen doe je niet met het hoofd, maar met het hart.
In fase twee van de overgang van een egogecentreerd naar
een hartgedragen bewustzijn is het herkennen en begrijpen
van je angsten fundamenteel. In het willen begrijpen
van jezelf zit een houding van tolerantie en acceptatie
ten aanzien van jezelf. Dat is de eerste en belangrijkste
stap naar het helen van je innerlijke verwondingen.
Meestal gaat deze zelfacceptatie vooraf door een (langdurige)
periode van zelfveroordeling en zelfvernietiging.
Mensen maken zichzelf op allerlei manieren kapot omdat
ze gevangen zijn in de ‘gevarenzone’ tussen
het ego en het hart.
Aan de ene kant hebben ze wel een besef van de oneigenlijkheid
van het ego en weten ze dat ze op zoek zijn naar ‘iets
ander’, iets nieuws. Maar aan de andere kant kunnen
ze hun eigen ruimere (spirituele) identiteit niet meer
(of nog niet) voelen en raken dan verstrikt in zelftwijfel
en zelfveroordeling.
Pas wanneer een mens bereid is zichzelf met begrip en
oprechte belangstelling te onderzoeken, kan er liefde
op zijn pad komen en komt er weer beweging in de ontwikkeling
naar een hartgedragen bewustzijn.
Pas dan kan die mens echt hulp ontvangen van een ander.
Een mens die vervuld is van zelfveroordeling kan in wezen
geen hulp van een ander ontvangen. De deuren naar zijn
hart zijn dan nog dicht.
Hierbij laten we het vandaag.
© Pamela
Kribbe www.pamela-kribbe.nl