|
|
Geschiedenis
van de Lichtwerkers I
Jeshua via Pamela Kribbe
De kosmische oorsprong
Deze teksten zijn geïnspireerd door antwoorden
die wij – mijn man Gerrit en ik – ontvingen
van een geestelijke gids (die zich Jeshua noemt) op
vragen die wij gedurende trance-sessies aan hem voorlegden.
In
jullie new-age literatuur is vaak sprake
van een groep mensen die wordt aangeduid
als “lichtwerkers”.
Dit zijn mensen die in hun ziel het
verlangen en de opdracht meedragen om Licht
(kennis, vrijheid, zelfwaardering) te verspreiden
op aarde. Lichtwerkers voelen zich van nature
sterk aangetrokken tot het spirituele en
tot een vorm van hulpverlening. Krachtens
deze innerlijk gevoelde roeping ervaren
lichtwerkers vaak ook dat zij anders zijn
dan anderen. Het leven dwingt hen vaak door
allerlei obstakels heen hun eigen, individuele
weg te vinden. Lichtwerkers zijn of worden
bijna altijd solisten.
Jij (Pamela) voelt je instinctief
aangetrokken tot de beschrijving die van
lichtwerkers wordt gegeven en tegelijk heb
je twijfels over de exclusiviteit en vermeende
superioriteit die aan de term ‘lichtwerker’ kleeft. De term suggereert volgens
jou dat er een groep mensen bestaat die verder in hun spirituele
ontwikkeling is, en dus béter is, dan een heleboel andere
mensen. Je ambivalente gevoelens over de term ‘lichtwerker’ zijn
terecht voorzover mensen er superioriteitsclaims aan ontlenen.
Spirituele superioriteitsgevoelens zijn net zo kortzichtig
als andere superioriteitgevoelens. Superioriteitsgevoelens ontlenen
aan het feit dat je een lichtwerker bent, veroorzaakt problemen voor
jezelf. Het blokkeert je ontwikkeling naar een vrij, open, liefhebbend
bewustzijn.
Dit alles neemt niet weg dat er wel degelijk sprake is
van een groep zielen op aarde, die we met recht ‘lichtwerkers’ kunnen
noemen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de karakteristieken
van lichtwerkers, hun herkomst en de aard en betekenis
van lichtwerk.
Lichtwerkers dragen in zich de potentie van
een snellere spirituele ontwikkeling dan de gemiddelde mens
op aarde. Dit is niet omdat zij ‘beter’ of ‘hoger’zijn,
maar omdat zij een specifieke voorgeschiedenis hebben ten aanzien van
jullie planeet Aarde. Lichtwerkers zijn ouder dan de meeste
zielen die momenteel op aarde geïncarneerd zijn. Dit ouder zijn
moet je liever niet opvatten in termen van tijd, maar meer in termen
van ervaring. Lichtwerkers hebben een hogere graad van bewustwording,
vóórdat zij op aarde incarneren en met hun missie van
start gaan. Zij dompelen zich bewust onder in het rad van
karma en alle vormen van verwarring en illusie die daarmee gepaard
gaan. Zij doen dit om de ervaring van het op aarde zijn ten volle
te leren begrijpen. Alleen op die manier kunnen zij hun werk gaan
doen. Alleen door zelf alle stadia van onwetendheid te doorleven
en van zich af te werpen, kunnen zij uiteindelijk anderen van dienst
zijn in het bereiken van verlichting en waar geluk.
Waarom lichtwerkers dit doen voor de mensheid en daarbij
het risico lopen voor lange tijd zelf ten onder te gaan in de zwaarte
en de massieve illusies van de aardesfeer, is een vraag die we hieronder
zullen behandelen. Het heeft te maken met hun galactisch karma. Lichtwerkers
stonden aan de vooravond van de geboorte van de mensheid. Zij waren
medescheppers van de mens in zijn huidige vorm. In dit scheppingsproces
hebben zij keuzes gemaakt en handelwijzen gevolgd, die zij later
diep hebben betreurd en wilden rechtzetten.
Voordat wij hierop dieper ingaan, zullen we eerst een
opsomming geven van karaktertrekken die lichtwerkers onderscheiden
van andere mensen. Deze karaktertrekken zijn op zich genomen niet
uniek voor lichtwerkers, en niet alle lichtwerkers zullen zich in
al deze kenmerken herkennen. We willen slechts een beeld schetsen,
of zo je wilt een sfeer, zodat het type van de lichtwerker duidelijker
uit de verf komt. Uiterlijke gedragingen zijn daarbij van minder
belang dan de innerlijke motivatie.
Kenmerken van lichtwerkers
- |
Ze voelen zich van jongs af
aan anders, en vaak ook buitengesloten,
eenzaam en onbegrepen. Als ze ouder zijn,
worden ze vaak (noodgedwongen) individualisten die
hun eigen, niet gebaande paden moeten vinden. |
- |
Vaak kunnen ze binnen bestaande
organisatiestructuren en banen hun draai
niet vinden. Lichtwerkers hebben van nature
een anti-autoritair temperament,
ook al zijn ze nog zo timide en bescheiden.
Dit heeft te maken met het wezen van hun
opdracht (zie par. 2). |
- |
Ze voelen zich aangetrokken
tot hulpverlening, tot het therapeutisch
begeleiden of onderwijzen van mensen, in
welke vorm dan ook. Ook al ligt hun werk
of beroep op een ander terrein, de drang
tot hulpverlening is innerlijk duidelijk
aanwezig. |
- |
Ze hebben een spiritueel levensbesef
en dragen bewuste of onbewuste herinneringen
met zich mee aan de niet-aardse lichtsferen
waaruit ze komen. Ze kunnen heimwee daarnaar
voelen, zich een vreemde voelen in de aardse
werkelijkheid. |
- |
Ze hebben een natuurlijk respect
voor het leven, dat zich vertaalt
in liefde voor dieren en zorg voor het
milieu. |
- |
Ze zijn zachtmoedig, gevoelig
en invoelend. Ze kunnen moeite hebben
met het omgaan met agressie en het opkomen
voor zichzelf. Kunnen dromerig of zweverig
of zeer idealistisch zijn, en onvoldoende
geaard. |
- |
Ze hebben vele levens geleefd
op aarde die in het teken stonden van spiritualiteit
en godsdienst. Ze waren rijkelijk vertegenwoordigd
in de talrijke religieuze ordes van jullie
verleden, als monnik, non, kluizenaar, heks,
sjamaan, medicijnvrouw, priester(es), etcetera.
Binnen wereldse gemeenschappen waren zij
degenen die de ‘brug’ sloegen
tussen de aardse wereld en de wereld aan ‘gene
zijde’. Zij werden hierom gerespecteerd
of afgewezen en vervolgd. Velen van jullie
zijn op de brandstapel geëindigd om
de vermogens die jullie bezaten. De trauma’s
van vervolging hebben in jullie ziel
diepe sporen achter gelaten.
|
Lichtwerkers kunnen in precies dezelfde stadia van onwetendheid
of illusie verkeren als alle andere mensen. Weliswaar
beschikken zij over een andere uitgangspositie en geeft
hen dat een potentie tot snellere bewustwording, maar
deze potentie kan door vele factoren worden geblokkeerd.
Niet in het minst omdat juist lichtwerkers een vrij
zware karmische last op hun schouders hebben genomen,
waardoor zij gedurende lange tijd het spoor bijster kunnen
zijn. Deze zware karmische last heeft te maken met beslissingen die
zij in het verleden hebben genomen t.a.v. de mens en die
zij ongedaan willen maken door hier op aarde te
herstellen wat zij kapot hebben gemaakt. (Zie volgende
paragraaf)
Als lichtwerkers zich door de gevolgen van deze karmische
last hebben heen gewerkt, en zichzelf hebben teruggevonden
als het lichtwezen dat ze zijn, kunnen ze anderen begeleiden
bij het vinden van hun ware zelf. Maar het hervinden
van het ware zelf is een proces dat zij eerst in zichzelf
moeten doormaken. Dit vergt in het algemeen een groot
doorzettingsvermogen en een onverzettelijke wil. Door
de oordelen en normen die opvoeding en maatschappij hen
hebben ‘ingepeperd’, zijn vele lichtwerkers
zelf ook het spoor bijster geraakt en bevinden ze zich
in een toestand van zelfontkenning, ernstige zelftwijfel
en soms ook hopeloosheid en depressie. Dit omdat zij
zich niet kunnen aanpassen aan de bestaande orde en zichzelf
daarom veroordelen. Zij onderwaarderen zichzelf, hun
eigen lichtkern, en moeten leren die te waarderen en
koesteren, onafhankelijk van de waardering en erkenning
van de buitenwereld. Wanneer zij hun natuurlijke Licht
laten schijnen in hun eigen duisternis, zullen zij ook
anderen gaan verlichten.
Het ontstaan van de ziel
Lichtwerkers zijn zielen die ver voor de geboorte van
de aarde en jullie mensheid tot bewustzijn kwamen. Zielen
komen in golven tot bewustzijn. Zielen zijn in bepaalde
zin eeuwig, in een andere zin niet. Hoewel de energie
in een ziel deel uitmaakt van de ene Goddelijke Substantie
en in die zin eeuwig is, kan je toch zeggen
dat een ziel op een bepaald moment geboren wordt,
namelijk wanneer er een elementaire vorm van ik-bewustzijn
optreedt. Er is sprake van een ik-bewustzijn als een
geheel van energieën zich gaat afbakenen van andere
energieën. Het is heel moeilijk te beschrijven waarom
dit bewustzijn van ‘ik’ en ‘ander’ op
een gegeven moment optreedt. Stel je de oceaan voor,
een enorm geheel van in elkaar overvloeiende energieën.
Stel je voor dat er eerst een diffuus bewustzijn heerst,
gelijkmatig verdeeld over de oceaan. Na verloop van ‘tijd’ontstaat
er reliëf, op de ene plaats is er een hogere concentratie
van bewustzijn dan op de andere. Deze differentiatie
neemt toe, en stel je voor dat temidden van het water
opeens transparante vormen ontstaan, die zich zelfstandig
voortbewegen en zich hebben afgebakend van de rest van
de oceaan. Deze vormen bevatten een kern van bewustzijn,
die een hogere concentratie had dan haar omgevingsenergie.
Er was een verschil met de omgeving. Het meer geconcentreerde
geheel van energieën ging op gegeven moment de energieën
in ‘zijn’ conglomeraat als eigen herkennen,
terwijl het andere energieën ging ervaren als ‘buiten’ of ‘niet-eigen’.
Dit is de geboorte van een rudimentair ik-bewustijn of
zelfbewustzijn.
Waardoor nam de concentratie in bepaalde delen van de
oceaan meer toe dan in andere? Dat is lastig uit te leggen.
Kun je voelen dat er wel iets heel natuurlijks in dit
proces zit? Als je zaadjes uitstrooit op een lapje grond,
groeien ook niet alle plantjes even snel of even ver
uit. Je gaat al snel reliëf zien in de wijze van
groei en bloei. Dit is geen kwestie van ‘survival
of the fittest’. Zie het lapje grond of de oceaan
niet als een competitief strijdveld, maar als een voedingsbodem
die op de ene plek meer vrucht draagt dan de ander. De
goddelijke energie zoekt op intuïtieve wijze naar
de meest optimale groei-omstandigheden.
Tijdens de vorming van individuele energie-concentraties
in ‘de oceaan’ (Godsubstantie) zijn er krachten
die van buitenaf inwerken op de oceaan. Je kunt het zien
als lichtstralen, of, in onze vorige analogie verdergaand,
zonnestralen die het lapje aarde verwarmen en tot leven
brengen. Deze stralen zijn afkomstig van een God (wij
gebruiken deze term hier wat losjes) die meeromvattender
is dan de God(substantie) waaruit jullie geboren zijn.
De God waaruit jullie zijn voortgekomen als individuele
zielen, liet zich in haar oceaanstadium ‘bestralen’ door
een Goddelijke Kracht die zij ervoer als subliem en bewustzijnsverruimend.
Jullie God wist niet precies waar dit allemaal toe zou
gaan leiden maar ze liet het toe, ze was ontvankelijk
voor deze lichtkracht. Uit het samenspel van de oceanische
energie en de goddelijke lichtstralen werden jullie geboren.
Jullie droegen in je de vonk van die onbekende Lichtbron.
De God die jullie baarde, gaf haar kinderen daarmee een
vonk mee waarmee zij iets nieuws zouden gaan creëren.
Jullie God wist dat daarmee dus ook haar eigen bewustzijn
verruimd zou gaan worden. Ze wist niet precies hoe en
wat, maar Ze voelde dat het goed was.
Zielen komen in golven tot bewustzijn. Zielen worden
in golven geboren. Het hierboven beschreven proces van
geboren worden is nog steeds gaande. Jullie zijn er onderdeel
van op een manier die jullie nauwelijks bevroeden. Jullie
zijn zélf schepper en geschapene in dit proces
geworden. (We komen hier later op terug).
Na het ontwaken van de ziel als individueel bewustzijn,
verlaat zij langzaamaan het oceanische bewustzijn dat
haar thuis was voor lange tijd. Ze wordt zichzelf steeds
bewuster van haar afgescheiden zijn. Daarin voelt zij
tevens een bepaald gemis, alsof zij graag ergens toe
zou willen behoren. Dit is het gemis van de bewustzijnstoestand
die voorafging aan haar geboorte, een halfbewuste, extatische
eenheidsroes, die zij zich vaag herinnert. Het vertegenwoordigde
een toestand van volledige geborgenheid en vloeibaarheid.
Na haar geboorte als zelfbewustzijn gaat de ziel op zoek.
Kenmerkend voor een pasgeboren ziel is dat zij een vaag
gevoel van gemis met zich meedraagt en de drang voelt
op zoek te gaan. Naar wat? Het maakt eigenlijk niet zoveel
uit. Naar alles. De nieuwgeboren ziel heeft een grote
behoefte aan exploratie en ervaring.
Hoe de ziel exploreert en ervaring opdoet is jullie in
wezen wel bekend. Jullie ervaren het zelf in jullie eigen
leven en je kunt je misschien voorstellen dat er talloze
vormen, werelden en universa zijn waarin je als ziel
tijdelijk je intrek kunt nemen om te ervaren hoe het
daar is. Het ervaren van vormen zoals een dierlijk of
menselijk lichaam is een diepgaande en intense (leer)ervaring
voor een ziel.
De ontwikkeling van het zielenleven op aarde
Het ontwikkelingsproces
dat op aarde plaatsvond en dat jullie de ‘evolutie van het leven’ noemen,
is in wezen gelijk aan de ontwikkeling en expressie van
een groep zielen, die wij aardezielen zullen noemen.
Dit zijn eigenlijk de ‘natives’ van deze
planeet. Lichtwerkers zijn van oorsprong geen aardezielen.
De aardezielen verkeerden nog in het beginstadium van
hun ontwikkeling, toen zij voor het eerst op aarde
incarneerden. Nadat zij werden geboren als transparante
bewustzijnsvormen met een rudimentair ik-bewustzijn,
incarneerden zij in de materiële vorm die het beste bij hun bewustzijn
paste: het ééncellige wezen. Naarmate deze
zielen zich verder ontwikkelden, ervaringen opdeden en
die integreerden in hun bewustzijn, hadden zij behoefte
aan complexere fysieke uitdrukkingsvormen. Zo ontstonden
er complexere organismen op de aarde, die voldeden aan
de innerlijke verlangens van deze zielen. Zelfs in deze
rudimentaire vorm zie je dus dat bewustzijn scheppend
is. Vanuit een innerlijk gevoelde behoefte creëert
bewustzijn vormen in de fysieke wereld, die het helpen
zichzelf te ervaren en uit te drukken.
De wezenlijke dynamiek achter het proces van evolutie – de
ontwikkeling van het leven naar steeds complexere organismen – ligt
dus op bewustzijnsniveau. De evolutietheorie zoals die
door Darwin is geformuleerd geeft een correcte weergave
van de ontwikkeling van die fysieke vormen, maar biedt
geen plaats aan de wezenlijke motor achter de evolutie
van deze vormen. Die ligt op bewustzijnsniveau. Achter
elke ontwikkeling op materieel niveau ligt een bewustzijnsverandering
ten grondslag. De vorming van nieuwe organismen en het
bewonen ervan door zielen is één groot
bewustzijnsexperiment. Daarin ligt niet vast dat de evolutie
een bepaalde lijn volgt. Noch stond van te voren vast
welke vormen precies geschapen zouden worden. Bewustzijn
is vrij en experimenteel en vooral ook avontuurlijk.
Er is geen God achter de schermen die alles dirigeert
en alles al weet. God is zelf bezig zich te ontwikkelen
en – net als jullie – bezig steeds nieuwe
aspecten in zichzelf te ontdekken.
Intermezzo
Merk op dat ontdekken hier gelijk staat aan creëren:
als je een nieuwe plek in je bewustzijn ontdekt, als
je iets ervaart dat volstrekt nieuw is, creëert
het bewustzijn van die ontdekking op materieel vlak
nieuwe vormen. Ontvankelijk zijn, open staan voor het nieuwe
is de houding van een schepper. Begrijp je dat?
Niets doen (een zuiver ontvankelijk bewustzijn hebben)
is de sleutel tot ware creativiteit. Alleen door niet te
weten, kun je ruimte scheppen voor iets nieuws. Dit
is belangrijk in verband met de uitvoerige new-age
literatuur die bestaat over het onderwerp: ‘je creëert
je eigen werkelijkheid’. Deze stelling is waar:
je bewustzijn is scheppend, of je daar nu bij stil staat
of niet. Je wereld is een afspiegeling van je innerlijke
bewustzijnstoestanden. Als je nu echter, zoals veel boeken
aanraden, je eigen werkelijkheid bewust wil gaan creëren,
is het essentieel je te realiseren dat de meest krachtige
vorm van creëren niet gebaseerd is op de wil (actieve
daad), maar op zelfbewustzijn (een vorm van alerte
passiviteit).
Verandering in jouw materiële wereld, en daarmee
bedoelen we dus ook verandering van baan, relatie, huis,
etcetera, is altijd een effect van een innerlijk transformatieproces.
Pas als deze bewustzijnstransformatie een feit is, kan
de uiterlijke fysieke wereld zich daarnaar voegen. Als
die innerlijke transformatie niet heeft plaatsgevonden,
en je tracht te creëren vanuit je wil, roep je iets
kunstmatigs in het leven. Je creëert niet vanuit
de diepte van je ziel. De diepte van je ziel spreekt
tot je in momenten van stilte en deemoed. Het spreekt
tot je in momenten van overgave en het niet meer
weten. Vooral dat laatste is zo vitaal. Alleen
wanneer je door de fase van ‘het niet meer weten’gaat,
kun je open staan voor iets nieuws. Zolang je ‘precies
weet wat je wilt’, beperk je vaak de mogelijkheden
die er zijn (op energetisch vlak). Het nieuwe waarnaar
je zoekt (baan, relatie of wat dan ook) ligt niet op
het vlak van het bekende, maar op het vlak van het onbekende.
Om iets echt waardevols te creëren in je werkelijkheid
is zelfacceptatie vele malen belangrijker dan het focussen
van je gedachten of je wil. Je kunt niet iets creëren
dat je niet bent. Ook al reciteer je duizenden mantra’s
en creëer je talloze positieve beelden in je voorstellingsvermogen,
als deze niet aanhaken bij je ware innerlijke gesteldheid,
creëren ze niets dan verwarring en twijfel (‘ik
doe zo mijn best maar het komt maar niet uit’).
Zelfacceptatie is een vorm van liefde. Liefde is de
grootste magneet voor positieve veranderingen in je
leven. Als je van jezelf houdt, komt de rest vanzelf.
Als je van je zelf houdt, als je jezelf kunt waarderen
om wie je nú bent, met al je ‘fouten’ en ‘onvolkomen-
heden’, trek je automatisch een werkelijkheid aan
die jou waardeert en liefheeft. Fouten en onvolkomenheden
zetten we hier tussen aanhalingstekens omdat die alleen
bestaan omdát je jezelf niet accepteert zoals
je bent. Je oordeelt scherp en hard over jezelf, en wat
doet dat met het creatieproces? Het zorgt dat je soortgelijke
energieën aantrekt in je omgeving.
Probeer niet te creëren vanuit een defensieve houding: ‘het
moet anders’, ‘het moet beter’. Creëer
vanuit liefde en zelfacceptatie: voel je eigen energie,
voel hoe mooi en oprecht je bent, nú al. Dat
is alles. Creëren is het Licht in jezelf erkennen
en het daarmee laten ontkiemen in jouw psychische én
materiële werkelijkheid. Het is niet zozeer doen,
maar laten. Het is niet zozeer willen, maar loslaten.
Toen God jullie schiep als individuele bewustzijnsvormen,
oefende zij op geen enkel moment haar Wil uit. Zij
had zichzelf lief. Op gegeven moment ervoer zij de
stralen van een onbekende Lichtbron, die tot haar kwamen,
en het voelde goed. Zij ervoer deze lichtstralen als
afkomstig van een werkelijkheid die groter was dan
de hare. Een onbekende werkelijkheid waarvan ze intuïtief aanvoelde
dat ze erdoor verrijkt zou worden. Dat was genoeg voor
haar. Meer hoefde ze niet te weten. De stralen van de
onbekende Bron brachten in haar een soort verrukking
teweeg, niet ongelijk jullie gevoelens van verliefdheid.
En zij vond dat zij het waard was deze nieuwe rijkdom
te gaan ervaren. De enige essentiële ingrediënten
in dit scheppingsproces waren zelfliefde en bereidheid
tot veranderen. En dat zijn ook werkelijk de enige
elementen die jij nodig hebt om jouw perfecte realiteit
te scheppen.
Einde intermezzo
Wij zijn
inmiddels ver afgedwaald van de lijn van ons verhaal!
Wij vonden het echter wel de moeite waard om aan
te duiden dat scheppingsprocessen in wezen identiek
zijn, of het nu gaat om de schepping van een ziel,
een eencellig organisme of een nieuw huis. De dynamiek
achter een scheppingsproces is steeds dezelfde. En
waar wij hier de nadruk op wilden leggen is dat creëren een
proces is waarin de vrouwelijke energieën van
passief, ontvankelijk open staan voor het onbekende,
zelfacceptatie en loslaten eigenlijk veel voornamer
zijn dan de in jullie wereld overgewaardeerde mannelijke
eigenschappen van wilskracht, focus en daadkracht.
Wij vervolgen nu weer ons verhaal.
De meeste zielen die voor het eerst op aarde incarneerden,
verkeerden in het beginstadium van hun ontwikkeling.
De gang van een elementair ik-bewustzijn, dat we beschreven
als de geboorte van de ziel, naar een bewust individueel
en scheppend bewustzijn zoals jullie dat zijn, is een
buitengewoon lang proces (in jullie termen). Je kunt
het op bepaalde manier vergelijken met de ontwikkeling
van een eencellig organisme tot de mens. Deze vergelijking
is in meerdere opzichten toepasselijk. Niet alleen
om de enormiteit van het proces te illustreren, maar
ook omdat er een parallel is tussen de ontwikkeling
van de ziel en de ontwikkeling van fysieke uitdrukkingsvormen.
De ontwikkeling van (materiële) vormen houdt gelijke
tred met de ontwikkeling (collectief) van de ziel. Naarmate
de ziel in haar uitingen complexer wordt, krijgt zij
behoefte aan rijkere uitdrukkingsmogelijkheden. Een eencellig
organisme volstaat dan niet meer. De materiële
vorm en de innerlijke ontwikkeling lopen dus hand in
hand en werken steeds op elkaar in.
Dit wil niet zeggen dat de aardezielen geïncarneerd
zijn geweest in alle dierlijke vormen voordat ze als
mens ten tonele verschenen. Het ontwikkelingsproces van
de ziel is niet zo gestructureerd als jullie vaak denken.
Het is veel grilliger en avontuurlijker dan jullie vermoeden.
Jullie hebben zelf de hand in wat jullie ervaren. Er
is geen god die je iets voorschrijft. Dus als je plotseling
zin hebt om te ervaren wat het betekent om als aap te
leven, kan je zomaar in een apenlichaam terechtkomen,
bij de geboorte of als tijdelijke bezoeker. Jullie proberen
als zielen van alles uit, je hebt die drang tot exploratie
van je geboorte af meegekregen. Sommige zielen ‘specialiseren’ zich
al gauw in het leven in bepaalde vormen (bijvoorbeeld
in het water leven). Anderen proberen van alles uit;
de generalisten zou je die kunnen noemen. Het is dus
al in een vroeg stadium van de ziele-ontwikkeling zo,
dat er zich een bepaalde individualiteit en uniciteit
aftekent in een ziel. Er zijn bepaalde belangstellingen
of voorkeuren in elke ziel aanwezig, die haar onderscheiden
van andere zielen. Gemeenschappelijk voor alle zielen
is, dat zij op hun weg steeds meer ervaring opdoen,
en dat zij geleidelijk aan vormen (lichamen) nodig
hebben die daaraan tegemoet komen. Lichamen, die over
voldoende complexiteit beschikken qua zintuiglijke
en fysieke vermogens om uit te drukken wat er innerlijk
leeft in dat bewustzijn.
De schepping van de mens als fysisch organisme was een
mijlpaal in de ontwikkeling van de fysieke vormen. Het
incarneren in een menselijk lichaam vertegenwoordigde
een breuk met het dierlijk bewustzijn. Die breuk was
gelegen in het voor het eerst optreden van de vrije wil.
In de mensaap was het besef aanwezig van een veel groter
handelingsbereik dan van het dier. Door middel van zijn
denken kon de mensaap zijn omgeving meer controleren
dan het dier en werd zijn belevingswereld ook anders
en groter dan die van het dier. In de mensaap groeide
het besef dat hij keuzes kon maken. Dit gaf hem een gevoel
van macht. Met de komst van vrije wil en keuze in het
bewustzijn van de aarde-zielen, kwam ook het ego tot
leven, het krachtcentrum dat gecentreerd is rond de wil.
Voordat dit centrum ontwaakte, stond het leven op aarde – het
planten- en dierenrijk – onder de hoede van engelachtige
wezens, die op etherisch niveau werden vertegenwoordigd
door deva’s. De engel-energie zorgde ervoor dat
het leven optimaal groeide en bloeide, in de grootst
mogelijke harmonie. De ethervormen van de levende wezens
waren ontvankelijk voor de hoedende, moederlijke energie
van het engelen/deva-rijk. Innerlijk hadden zij geen
aanvechting om het ‘anders te willen doen’,
om hun eigen weg te gaan.
Met het ontwaken van het ego-bewustzijn in de mensaap,
werd deze behoefte wel wakker. De aarde-zielen werden
er zich van bewust dat zij dingen zelf in de hand konden
nemen, dat zij nieuwe dingen konden uitproberen, en
dat deden zij ook. Je kunt best stellen dat die aapmensen
een kick ervoeren in het experimenteren met hun eigen
macht, hun vermogen om de omgeving naar hun hand te
zetten. Zij maakten zich los van de ‘natuurlijke orde’ en
wilden hun eigen macht, hun eigen vermogen om dingen
te beïnvloeden, gaan ervaren. Op dat moment was
de hogere leiding door het engelen- en devarijk niet
meer vanzelfsprekend. Deze rijken kunnen hun invloed
alleen dáár laten gelden waar er ontvankelijkheid
heerst voor hun energie. De energieën van engelen
en deva’s zijn volstrekt ‘non-interveniërend’.
Zij zullen nooit iets of iemand hun wil opleggen en
zullen meteen wijken wanneer zij niet welkom zijn.
Met de opkomst van het menselijk ego, kwam er een einde
aan de beschermde status van het leven op aarde. De aardezielen
stonden nu open voor allerlei invloeden van buiten, niet
alleen die van de engelen/deva rijken, maar ook die van
allerlei galactische ofwel buitenaardse rijken.
Galactische invloeden op de mens en de aarde
Met galactische of buitenaardse rijken doelen wij
op groepen van intelligenties die zijn geassocieerd
met bepaalde sterren- en planetenstelsels in jullie
universum, maar niet noodzakelijkerwijs op het jullie
bekende materiële
niveau. De galactische groepen of gemeenschappen waar
wij nu naar verwijzen, existeerden over het algemeen
op een minder ‘dicht’, een minder sterk gematerialiseerde
wereld dan die van jullie op aarde. Deze rijken of beschavingen
hadden de ontwikkelingen op aarde tot die tijd met grote
belangstelling gevolgd. Uniek voor de aarde was dat het
leven (en dus het bewustzijn erachter) zich volstrekt
vrij kon ontwikkelen. De diversiteit aan vormen en de
rijkdom ervan vervulden deze galactische toeschouwers
met verwondering en interesse. Zij voelden dat hier iets
bijzonders gaande was.
De buitenaardse intelligenties waarover wij nu spreken,
hadden een meer dan vrijblijvende interesse in de zich
ontwikkelende mens. Zij zagen hierin een kans om hun
eigen macht te vergroten. Omdat de ontwikkeling van de
aarde-zielen in het menselijk lichaam nog in vele opzichten
open lag, achten zij het mogelijk de vorming van het
menswezen mede te bepalen. De aarde-zielen, die vanwege
het zich ontwikkelende ego-bewustzijn open stonden voor
meerdere invloeden, raakten onder de invloed van die
buitenaardse rassen. Je kunt rustig zeggen dat er tussen
die galactische stelsels een oorlog woedde om de mens.
Elk stelsel wilde zoveel mogelijk aspecten van zichzelf
vertegenwoordigd zien in de mens. Dit gaf hen de mogelijkheid
via de mens hun invloed voort te zetten op gebieden die
normalerwijs niet bereikbaar waren voor hen.
De mens dreigde na verloop van tijd een stroman/marionet
te worden van deze buitenaardse inmenging. Het eigen
prille bewustzijn van de aarde zielen sneuvelde bijna
onder de invasie van buitenaardse invloeden. Toch was
deze invasie mogelijk geworden door een verandering in
het bewustzijn van de aarde-zielen zelf. Zij trokken
deze werkelijkheid aan, in de zin dat het gelijke het
gelijke aantrekt. De ego-krachten in het ontwakend bewustzijn
van de aarde-zielen trokken ego-krachten van buiten aan;
zij maakten het mogelijk dat de buitenaardse ego-krachten
hun invloed konden gaan laten gelden. Deze galactische
stelsels opereerden qua bewustzijnsniveau immers ook
op het vlak van het ego, zij het dat hun technologische
mogelijkheden veruit superieur waren. Hun motieven waren
echter ingegeven door de typisch ego-matige behoefte
aan verovering en controle.
Wat betreft de technologie die zij gebruikten om de mens
te beïnvloeden, moet je denken aan vormen van mind-control.
Stel je voor dat het menselijk energieveld waarin de
aarde-zielen zich manifesteerden nog niet helemaal was
afgebakend. Dat er onregelmatige en aftastende trillingen
vanuit gingen, die van buitenaf konden worden opgevangen
en doorgeleid naar bepaalde ‘kaders’. Je
moet hierbij denken aan bepaalde kaders of ‘bandbreedtes’ van
ervaring. Zo was het noodzakelijk om een hoog niveau
van angst in het menselijk bewustzijn te implementeren,
om zo te voorkomen dat zij buiten de voorgeschreven bandbreedte
zou opereren. Verder werd er een hoge mate van autoriteitsgevoeligheid ‘afgedrukt’ in
het menselijk bewustzijn, zodat de galactische heersers
hun macht en controle konden uitoefenen op de aardezielen.
Het creëren van een gehoorzame, onderdanige trek
in het menselijk bewustzijn was de meest effectieve weg
daartoe.
Het prille en ongevormde bewustzijn van de aardezielen
was niet opgewassen tegen de verfijnde methoden van mind-control
die door de galactische rijken werden toegepast. Hun
bewustzijn werd de gevangene van deze ‘hersenspoeling’ of ‘mind-control’.
Je kunt deze het beste voor te stellen als een geestelijke
dwangbuis die tot op het niveau van de lichaamsprocessen
zijn uitwerking heeft. Dat betekende o.a. dat de werking
van de menselijke hersenen werd beperkt in zijn mogelijkheden
door deze buitenaardse ingrepen.
De galactische inmengers drukten hun vormen of energieën
af in de mens, maar zij konden de aardezielen niet werkelijk
hun vrijheid ontnemen. Hoe massief de invloed van buitenaardse,
externe krachten ook was, de godvonk in het individuele
zielebewustzijn bleef onverwoestbaar. Ziele-energie kan
niet worden vernietigd, ze kan wel voor lange tijd versluierd
worden. Hiermee hangt samen dat ego-krachten niet werkelijk
scheppend of vernietigend kunnen zijn. Ze kunnen alleen
stofwolken genereren die de godvonk versluieren of tijdelijk
helemaal verbergen. Ego-krachten werken in en met het
domein van illusie en onwetendheid. Deze vormen hun middelen
om ‘te creëren’.
De galactische herkomst van de Lichtwerkers
Wij willen nu ingaan op het aandeel van de Lichtwerkers
in deze geschiedenis. Wat jullie ‘lichtwerkers’ noemen
is een groep zielen die afkomstig is van het sterrenstelsel
de Pleïaden. Vanuit de aarde gezien zijn ongeveer
zeven sterren van dit stelsel met het blote oog waarneembaar.
Er zijn er veel meer.
De Pleïaden vormen een buitenaards rijk, dat mede
gestalte gegeven heeft aan de constitutie van de mens.
De Pleïadianen zijn medescheppers van de huidige
mens op aarde. De Pleïadische invloed was gericht
op het zodanig ‘inrichten’ van de menselijke
natuur, dat het menswezen dat geschapen werd in staat
zou zijn de Pleïaden te voorzien van bepaalde informatie.
Het ging hier om informatie van ‘andere werkelijkheden’.
Jullie wilden mensen uitsturen naar andere delen in het
heelal via een soort ruimteschepen en hen gebruiken als
doorgevers van kennis en informatie.
Ten tijde van de Cro-Magnonmens hebben jullie (Pleïadianen)
genetisch ingegrepen in de natuurlijke mens zoals die
toen bezig was zich te ontwikkelen. ‘Genetisch
ingegrepen’ moet je hier opvatten als een ‘top-down’-proces
van manipulatie: bewustzijn dat bepaalde vormen afdrukt
in het menselijk organisme, dat zich tot op cellulair
niveau daarnaar schikt. Het gevolg van deze ingreep
was dat er in de Cro-Magnonmens een bijna robotachtig,
mechanisch element werd ingebracht, dat hem een deel
van zijn eigen kracht en bewustzijn ontnam, en dat hem
beter liet functioneren als instrument voor de Pleïadische
doeleinden. Er werd a.h.w. een kunstmatig implantaat
ingebracht. Dit implantaat beperkte de vrijheid van de
mens en zorgde ervoor dat hij beperkt werd in zijn ontplooiing,
ook fysiek (i.h.b. de hersenen).
In hun ingrijpen respecteerden de Pleïadianen niet
de natuurlijke gang van het zich ontwikkelende leven.
Zij respecteerden niet de integriteit van de zielen in
de aapmensen. Op een bepaalde manier ontnamen zij hen
hun vrije wil. In wezen kan dat niet, want de vrije wil
kan niet teniet worden gedaan door krachten van buiten.
Maar jullie waren veel machtiger en technologisch vaardiger,
en de aapmensen waren zich nog niet echt bewust van hun
vrije wil, dus jullie konden hen tot op grote hoogte
manipuleren. In jullie benadering van de menswezens beschouwden
jullie hen eigenlijk als een soort mechanieken. Jullie
waren er in jullie bewustzijn nog niet aan toe het
leven op zich te respecteren, in welke vorm het
zich ook uitdrukt.
Hiermee spreken wij geen oordeel uit over de Pleïadianen.
Wij zijn één en ik ben zelf deel geweest
van deze ontwikkelingsweg, niks ‘menselijks’ is
mij vreemd (!). Op een niveau waarvan geen van ons toen
de reikwijdte kon bevroeden, had dit hele vormingsproces
van de mens, waaraan zoveel galactische invloeden schijnbaar
op negatieve wijze bijdroegen, een diepere betekenis.
Die was erin gelegen dat zoveel mogelijk aspecten van
deze buitenaardse ‘rassen’ zich konden afdrukken
in het mensenras, zodat deze aspecten, in plaats van
met elkaar te strijden, zich op den duur gedwongen zouden
zien zich te verenigen. De aarde is een smeltkroes van
invloeden. De uiteindelijke bedoeling daarvan is: vreedzame
coëxistentie van energieën die tevoren gedurende
lange tijd met elkaar hadden gestreden op intergalactisch
niveau.
In de strijd tussen de galactische rijken – voordat
de mens ten tonele kwam - was er op een bepaalde manier
een impasse ontstaan. De partijen bleven elkaar bestrijden,
met nu eens een winnaar aan de ene zijde en dan weer
een winnaar aan de andere kant. In dit proces trad na
verloop van tijd geen vernieuwing meer op; het werd een
herhaling van zetten. De aarde en de zich ontwikkelende
mens boden uitzicht op iets nieuws, op een nieuwe mogelijkheid.
De meeste galactische ‘strijders’ die zich
gretig op de mens storten en hem naar hun hand trachtten
te zetten, waren zich geheel niet bewust van deze dieperliggende
bedoeling. Zij werden geleid door egocentrische doelen.
Deze ego-gestuurde motivatie bleef gedurende lange tijd
bestaan, ook tijdens het experiment met de zich ontwikkelende
mensheid. Toch veranderde de vorming van de mens op aarde
iets in het galactische bewustzijn. Langzamerhand gingen
de strijders steeds meer de rol van toeschouwer spelen.
Het strijdtoneel had zich verplaatst naar de aarde, en
hoewel zij nog steeds actief hun invloed lieten gelden,
ook nog lang nadat de mens was ‘uitgevormd’,
kregen zij toch meer afstand tot het geheel. Zij begonnen
geleidelijk aan in hun wezen een zekere moeheid te ervaren,
een moeheid ten opzichte van het eindeloze vechten. Langzamerhand
ontwaakte er in hun bewustzijn een bepaalde ruimte, de
ruimte voor iets anders dan strijden en vechten.
De galactische strijders waren aan het einde van hun
ego-fase gekomen. Zij hadden deze energie (onbewust) ‘overgeheveld’ naar
de aarde, naar een locatie waar die energie op dat moment
energetisch welkom was. De mensheid verkeerde op dat
moment aan het begin van haar egofase. Voor de galactische
strijders trad nu een periode van bezinning in. Zij stonden
aan het begin van een evolutie, die wij als volgt kunnen
beschrijven:
1. |
onbevredigd
zijn door de werkzaamheid van een louter
ego-gebaseerd bewustzijn, verlangen naar ‘iets anders’: het
begin van het einde |
2. |
bewustwording
van je bindingen met het ego-bewustzijn;
herkennen en geleidelijk aan loslaten van
de daarmee gepaard gaande energieën
(emoties, gedachten): het
midden van het einde |
3. |
sterven
ten opzichte van de oude ego-gebaseerde energieën,
je cocon afwerpen, je nieuwe zelf worden: het
einde van het einde |
4. |
het ontwaken en opbloeien van
een hart-gecentreerd bewustzijn,
gebaseerd op liefde en vrijheid; anderen
helpen met de overgang |
Deze evolutie beschrijft de overgang van een ego-gebaseerd
bewustzijn naar een hart-gedragen bewustzijn. Wij
kunnen natuurlijk meer of minder fasen onderscheiden
dan deze, maar we kiezen deze indeling omdat ze vier
duidelijk herkenbare stappen bevat. Wat van belang
is te onthouden bij dit schema, is dat zowel de aarde,
als de mensheid, als de galactische rijken, deze bewustzijnsfasen
doormaken, alleen niet gelijktijdig.
Jullie aarde is nu bezig fase 3 af te sluiten. Veel van
jullie (Lichtwerkers) zitten in de overgang van 3 naar
4. Er zijn ook grote delen van de mensheid die zich niet willen losmaken
van een ego-gebaseerd bewustzijn. Zij zijn nog niet in
fase 1 beland. Begrijp goed dat hier geen oordeel aan
vast zit. Het is ook niet iets om je over druk te maken
of treurnis over te voelen. Zie het eerder als een natuurlijk
proces, zoals de groei van een plant. Je veroordeelt
een bloem ook niet omdat die nog niet zo ver uit de knop
is als een ander. Probeer het in dit licht te zien. Het
vellen van morele oordelen over de destructieve krachten
van het ego-gebaseerd bewustzijn in jullie wereld, verzwakt
je eigen kracht en berust op onbegrip. Het verzwakt je
eigen kracht omdat je je emotioneel opwindt (boos of
bezorgd maakt). Vaak wordt die opwinding/verontwaardiging
veroorzaakt door losse nieuwsfragmenten die de media
jullie voorschotelt. Deze laten echter meestal alleen
oppervlakteverschijnselen zien, niet de diepere onderstromen.
Die emotionele opwinding is niet constructief, want je
kunt haar niet omzetten in concrete positieve energie;
je eigen energie-niveau wordt er integendeel door naar
beneden gehaald.
Het heeft geen zin om zielen, die zich goed voelen in
de ego-gebaseerde bewustzijns-werkelijkheid, te willen
veranderen of te ‘helpen’. Zij hebben jullie
hulp niet nodig want ze hebben geen hulpvraag. Zo simpel
ligt dat. In hun bewustzijn ligt (nog) geen aanknopingspunt
waardoor het ontvankelijk is voor de energieën die
in jullie hart opbloeien. Jullie willen graag geven,
maar vergeten daarbij wel eens jullie onderscheidingsvermogen
te gebruiken. Dat leidt tot een verspilling van energie
die vaak resulteert in zelftwijfel.
Wat betreft het thema ‘helpen’, dat voor
Lichtwerkers een grote rol speelt in hun gevoelsleven,
zullen we hieronder dieper ingaan op de talrijke valkuilen
die het ‘help-instinct’ met zich meebrengt.
Het verkeerd begrijpen van wat ‘helpen’ inhoudt
vormt tragisch genoeg één van de voornaamste
redenen vormt waarom veel Lichtwerkers fase 3 niet werkelijk
kunnen afsluiten.
Wij willen nu eerst verder gaan met ons verhaal en daarmee
ook ingaan op de herkomst van dit ‘help-instinct’.
Zoals gezegd zijn jullie Lichtwerkers afkomstig van een
sterrestelsel ‘de Pleïaden’, dat één
van de galactische rijken was die de mensheid beïnvloedde
ten tijde van haar vorming. Toen jullie op de Pleïaden
in de ‘toeschouwer-fase’ terecht kwamen,
raakten jullie uitgeput van het strijden om een macht
die louter resulteerde in ’lege dominantie’:
een vorm van onderwerping waarbij je de ander ontdoet
van zijn eigenheid, zijn individualiteit, en hem/haar
omvormt naar jouw beeld. Dit procédé leidde
niet tot verandering, het maakte van jullie werkelijkheid
een statische, voorspelbare realiteit. Toen jullie de
leegheid hiervan gingen ervaren, ontstond er in jullie
bewustzijn een opening naar meer Licht. Een verlangen
naar ‘iets anders’.
Jullie hadden fase 1 van de overgang naar een hartgecentreerd
bewustzijn doorlopen. De ego-krachten in jullie wezen,
die aeonen lang vrij spel hadden gekregen, kwamen tot
rust en er kwam ruimte voor iets anders. In jullie harten
ontkiemde iets, een subtiele energie, een tere bloem.
Moegestreden als jullie waren, waren jullie ontvankelijk
voor deze energie en herkenden jullie haar als ‘het
verlangen naar huis’. Dit ‘verlangen naar
huis’, dit heimwee, hadden jullie helemaal vanaf
het begin van jullie schepping met je mee gedragen. Net
als de aardezielen hadden jullie ooit een oceanische
eenheidstoestand gekend, waaruit geleidelijk individuele
bewustzijnsvormen waren ontstaan. Daaruit waren jullie
langzaam naar buiten getreden, met een grote drang naar
exploratie en een vaag gemis, een heimwee naar die oertoestand
van versmolten zijn met het geheel. Toen jullie eenmaal
in de fase belandden dat jullie kennismaakten met de
bewustzijnswerkelijkheid van het ego – een vast
stadium in elke bewustzijnsontwikkeling - knaagde het
gemis nog steeds aan jullie. Jullie besloten het toen
over een andere boeg te gooien. Jullie gingen proberen
dit vacuüm op te vullen met macht en zochten vervulling
in de energie van winnen en veroveren.
Macht is in wezen de energie die het verste afstaat van
eenheid. Door macht uit te oefenen, scheidt je jezelf
af, je onderscheidt je van een ander. Door macht na te
streven, raakten jullie nog verder af van dat ‘thuisgevoel’,
dat eenheidsbewustzijn. Maar dit bleef lange tijd voor
jullie versluierd, omdat macht sterk verbonden is met
illusie. Macht kan haar ware aard gemakkelijk verbergen
voor een naïef en onbeproefd bewustzijn. Macht creëert
de illusie van rijkdom, vervulling, erkenning, ja zelfs
liefde. De ego-fase is een onbeperkte verkenning van
het terrein van macht: winnen, verliezen, veroveren,
strijden, dader én slachtoffer zijn.
Innerlijk treedt er in deze fase een bepaalde verscheurdheid
op in de ziel. De ego-fase vormt een grote aanslag op
de integriteit van de ziel. Met integriteit wordt hier
bedoeld: innerlijke eenheid en heelheid van het bewustzijn.
Met de intrede van het ego-bewustzijn raakt de ziel innerlijk
diep verdeeld of gespleten. Zij raakt haar onschuld kwijt.
De ziel weet innerlijk dat zij ‘fout zit’ wanneer
zij andere levende wezens schade toebrengt of vernietigt.
Zij zit niet fout ten opzichte van één
of andere objectieve wet of rechter die over haar oordeelt.
Zij voelt innerlijk (onbewust) aan dat de destructieve
kant van het machtsstreven gepaard gaat met een grote
minachting voor het leven, het leven waarvan zij zelf
voortbrengsel en vrucht is. Zij voelt dus diep in haar
innerlijk dat zij iets tegenstrijdigs doet, iets dat
in strijd is met haar eigen diepste goddelijke kern.
Die diepste goddelijke kern is scheppend en leven
gevend. Wanneer de ziel een tijdlang opereert vanuit
het streven om persoonlijke macht te vergroten, ontstaat
er diep van binnen en zonder dat zij zich hiervan bewust
is een schuldgevoel. Er is geen instantie buiten de ziel
die schuld aan haar toekent. Het is de ziel zelf die
ergens het besef heeft haar onschuld te verliezen, in
het spel van veroveren en onderwerpen, winnen en verliezen.
Er is daarom sprake van een groeiend gevoel van onwaardig
zijn, dat in de ziel kruipt wanneer zij de ego-krachten
in zich ontplooit.
De egofase is een noodzakelijke stap in de vorming van
een volledig ik-bewustzijn. Zij vertegenwoordigt eigenlijk
de fase van het doorleven van één aspect
van dit bewustzijn, de wil, in al haar facetten. Aan
het eind van deze ontwikkeling zijn deze facetten allemaal
beleefd, en kan het brandpunt van het bewustzijn langzaam
verschuiven naar het hart. Hierbij is het niet de bedoeling
dat het ego of de persoonlijke wil worden overwonnen
of vernietigd, maar dat zij het natuurlijke verlengstuk
worden van het hart, van het verlangen naar liefde en
eenheid. De energie die in de wil zetelt, accepteert
dan vrijwillig en op basis van een door ervaring geschraagd
weten het hart als haar leidsvrouwe.
Toen de Pleïadianen in fase 2 belandden van de overgang
van ego-gebaseerd naar hart-gedragen bewustzijn, ontstond
in een deel van hen het oprechte verlangen goed te maken
wat zij op aarde hadden misdaan. Zij zagen in dat zij
het leven onrecht hadden gedaan, dat zij het zich spontaan
ontwikkelende bewustzijn op aarde aan banden hadden gelegd
en hadden beperkt in haar ontplooiing. Zij wilden de
mens bevrijden van deze banden van angst en onvrijheid,
die veel duisternis hadden voortgebracht, en zij voelden
dat zij deze taak het beste konden volbrengen door zélf
te incarneren in mensenlichamen, op aarde. Deze Pleïadianen
incarneerden dus in mensenlichamen, die deels door henzelf
waren gecreëerd, om van binnenuit te transformeren
wat zijzelf hadden geschapen. De zielen die met
deze missie naar de aarde kwamen, stelden zich tot doel
het Licht weer te ontsteken hun eigen (gemanipuleerde)
creaties. Zij deden dit vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel,
en ook vanuit een weten dat zij deze karmische last op
zich moesten nemen, om werkelijk innerlijk vrij te worden
van hun verleden
Copyright © Pamela
Kribbe www.pamela-kribbe.nl
|
|