5
augustus 2005
Sinds
de ontdekking van de tiende planeet is ons planetenstelsel
weer volop in de aandacht. Ondanks dat er de afgelopen
jaren meerdere objecten zijn gevonden voorbij Pluto
lijkt er voor deze ontdekking meer belangstelling
te bestaan. Dit zal te maken hebben met het feit dat
de planeet Eris (voorheen 2003-UB313) groter is dan
Pluto. Er is met betrekking tot de planeten echter
nog een fenomeen waaraan helemaal geen aandacht meer
wordt besteed, namelijk een wiskundige regel die in
1766 door de astronoom Johann Daniel Titius werd ontdekt
en in 1772 door zijn collega Johann Elert Bode werd
gepubliceerd. Deze regel wordt sindsdien “de
regel van Titius en Bode” genoemd.
Titius |
Bode |
De
regel zoals die in de astronomieboeken staat vermeld
is feitelijk maar een slap aftreksel van de structuur
van ons planetenstelsel. Dat wetenschappers in de
exacte vakken daar niet meer aandacht aan besteden
vind ik een grove nalatigheid. In mijn ogen weerhouden
zij de mensheid van een dieper inzicht en wellicht
de waarheid omtrent ons bestaan. Voor degenen die
nog niet vertrouwd zijn met de regel van Titius en
Bode, deze luidt (volgens de astronomieboeken) als
volgt:
Neem
de volgende getallenreeks:
0 – 3 – 6 – 12 – 24 – 48 – 96 – 192 – 384
Tel
bij elk getal het getal 4 op:
4 – 7 – 10 – 16 – 28 – 52 – 100 – 196 – 388
Deel
elk getal door 10:
0,4 – 0,7 – 1,0 – 1,6 – 5,2 – 10,0 – 19,6 – 38,8
Deze
getallen zijn bij benadering de afstanden van de planeten
tot de Zon uitgedrukt in astronomische eenheden (AU).
Astronomen zeggen echter dat de regel voorbij Uranus
(19,6) niet meer opgaat. Waarschijnlijk is dat de
reden dat er verder geen aandacht meer aan wordt besteed.
Deze stelling is echter maar gedeeltelijk waar want
ze vergeten erbij te vermelden (of zien over het hoofd
- wat ik me niet kan voorstellen) dat Pluto wel degelijk
in het plaatje past. Ik zou dan ook eerder willen
spreken van een afwijking van één planeet
in de reeks.
Een
andere reden voor de onvolledigheid van deze reeks
is het feit dat astronomen bij het onderzoeken van
het planetenstelsel altijd de Aarde als uitgangspunt
nemen. Een astronomische eenheid is de gemiddelde
afstand van de Aarde tot de Zon, ofwel 149,6 miljoen
kilometer, en astronomen gebruiken deze eenheid om
alle afstanden in het planetenstelsel uit te drukken,
vandaar dat ze de getallen van de bovengenoemde reeks
door tien delen. Het is een manier en hij is bruikbaar,
maar door het planetenstelsel op deze manier te benaderen,
wordt de feitelijke structuur over het hoofd gezien.
Het
was min of meer “toevallig” dat ik de
juiste stap nam om de structuur van het planetenstelsel
bloot te leggen. Sinds mijn studie getallenleer heb
ik het getal 3 altijd geassocieerd met de drie-eenheid,
die is opgebouwd uit de drie elementen positief, negatief
en neutraal. Toen ik een keer naar de getallenreeks
keek viel het mij op dat er iets ontbrak, namelijk
de negatieve pool. Dus in plaats van de reeks te beginnen
met 0 – 3, begon ik de reeks met -3 – 0 – 3
als uitdrukking van de drie aspecten van de drie-eenheid
negatief – neutraal – positief. Dit leek
mij een stuk logischer en nu had ik ook het gevoel
dat de reeks “compleet” was. Vervolgens
ging de gedachte door me heen dat, net zoals de twaalf
maanden van het jaar en de twaalf sterrenbeelden van
de zodiak er ook twaalf planeten moesten zijn. Mijn
nieuwe reeks zag er toen als volgt uit:
-3 – 0 – 3 – 6 – 12 – 24 – 48 –
96 – 192 – 384 – 768 – 1536
Dat
de reeks is gebaseerd op het getal 3 was voor mij
duidelijk aangezien alles in de natuur in essentie
is gebaseerd op de drie-eenheid. De volgende stap,
om bij elk getal 4 op te tellen, heeft volgens mij
te maken met het feit dat er in het universum vier
kardinale punten zijn, namelijk Noord, Oost, Zuid
en West. Bovendien speelt 4 een sleutelrol: 3+4=7,
het getal dat de materie beheerst, denk maar aan de
7 kleuren, de 7 muzieknoten en het 7-jarige regeneratieproces
van het fysieke lichaam, en 3x4=12, het getal van
de twaalf energievelden of dierenriemtekens waaruit
de materie is opgebouwd. Door bij elk getal 4 op te
tellen ziet de reeks er zo uit:
1 – 4 –
7 – 10 – 16 – 28 – 52 – 100 – 196 –
388 – 772 – 1540
Om
nog even de symboliek van het getal 7 te verduidelijken,
als we kijken naar de getallen voorbij de eerste drie,
dan valt op dat ze het ritme 1-7-1-7-1-7 representeren:
10,
1+0=1
16, 1+6=7
28, 2+8=10, 1+0=1
52, 5+2=7
100, 1+0+0=1
196, 1+9+6=16, 1+6=7
etc.
Daarnaast
hebben de getallen 1, 4 en 7 nog een andere overeenkomst
in dat hun “som” 1 is:
1+2+3+4=10,
1+0=1
1+2+3+4+5+6+7=28, 2+8=10, 1+0=1
De
getallen 1, 4 en 7 zijn eigenlijk niet meer dan een
andere uitdrukking van de drie aspecten van de drie-eenheid.
Ongedeeld:
1 |
Eerste "Deling":
4 |
Tweede "Deling":7 |
Terug
bij onze getallenreeks zijn we nog één
stap verwijderd van de uiteindelijke vorm. We weten
dat de afstand Aarde-Zon bij benadering 150 miljoen
kilometer is. Het lijkt er dus op dat we elk getal
in de reeks moeten vermenigvuldigen met 15. Als we
dat doen krijgen we:
15 – 60 – 105 – 150 – 240 – 420 –
780 – 1500 – 2940 – 5820 – 11580 – 23100
En
inderdaad blijken dit bij benadering de afstanden
van de planeten tot de Zon te zijn, uitgedrukt in
miljoenen kilometers. De enige uitzondering is Neptunus,
de reden waarom astronomen verder geen aandacht besteden
aan deze opvallende structuur van ons planetenstelsel.
Toch past Neptunus op een andere manier uitstekend
in de reeks. Als we het gemiddelde nemen van de afstand
van Uranus en Pluto (waartussen Neptunus zich bevindt)
dan krijgen we:
(2940
+ 5820) / 2 = 4380
Het
getal 4380 blijkt bij benadering inderdaad de afstand
te zijn van Neptunus tot de Zon. Vreemd genoeg beweren
Oosterse occultisten dat Neptunus oorspronkelijk niet
tot ons planetenstelsel behoorde en dat de verbinding
van Neptunus met de Zon “mayavic” – imaginair
is. De afwijkende afstand zou hiervoor een verklaring
kunnen zijn.
 |
Na
de ontdekking van Neptunus in 1846 en Pluto in 1930
kwamen astronomen tot de conclusie dat de perturbaties
(schommelingen in de omloopbaan) van Uranus niet geheel
konden worden toegeschreven aan deze buitenste twee
planeten. En dus gingen ze op zoek naar een planeet
voorbij Pluto. Pas recentelijk, 75 jaar na de ontdekking
van Pluto, is die ontdekt: Eris. Veel wetenschappers
vragen zich af of Pluto en de recentelijk ontdekte
objecten in de Kuipergordel wel als planeten moeten
worden beschouwd. Behalve de kleine objecten die totaal
niet in de hierboven genoemde reeks passen, denk ik
dat Pluto en Eris wel planeten zijn omdat ze precies
in het rijtje passen. De gemiddelde afstand van Eris
bedraagt ongeveer 10123,4 miljoen kilometer, en
de bizarre ellipsvormige baan en de afstand van de
planeet in aanmerking genomen, is dat een heel goede
benadering van de wiskundig bepaalde 11580. Update:
De correcte naam voor de nieuwe planeet is waarschijnlijk
Janus en niet Eris.
De baan van Eris/Janus (UB313)
is de meest elliptische van de tot nu toe
bekende planeten. |
De
baan van Pluto heeft een inclinatie (hoek met het
horizontale vlak van het planetenstelsel) van ongeveer
17º. De baan van Eris/Janus heeft een hoek van
maar liefst 44º! Zoals uit de afbeelding blijkt
bevindt Eris zich bijna op z’n verst verwijderde
punt van de Zon, ongeveer 14550 miljoen kilometer.
Geen wonder dat hij niet eerder is ontdekt. Zijn kortste
afstand tot de Zon bedraagt ongeveer 5700 miljoen
kilometer. De omlooptijd bedraagt ongeveer 557 jaar.
Maar daar zal ik het in deel drie over hebben.
Ik
sluit dit deel af met een tabel met de wiskundige
afstanden (onder het rijtje "Getal") en
de door astronomen berekende afstanden. Over de vraagtekens
in de tabel zal ik het in het volgende
deel hebben.