7 februari
2006
Alleen gesproken tekst geldt
Lousewies
van der Laan |
15-9-2005 • Ook
de D66 fractie is diep geschokt door het rapport over de fouten
die gemaakt zijn in de Schiedammer Parkmoord. De lijst liegt
er niet om: vanaf het moment dat 112 werd gebeld en het lijk
van Nienke in de lijkenzak werd gestopt is fout op fout gestapeld
tot aan de procedure voor het Hof waar ontlastend bewijs niet
naar buiten is gebracht. Van het sectierapport dat te summier
is en er het feit dat er geen overzichtsfoto van het lijk is
gemaakt zoals het uit de zak is gehaald tot het feit dat Maikel
grof is verhoord, niet is geloofd en dat zelfs zijn ouders zijn
bedreigd met ontzetting uit de ouderlijke macht.
Buiten het rapport om zijn er verdere zaken die het
vertrouwen in de rechtsgang in Nederland ondermijnen.
Zoals de vraag waarom Cees B. nog 4 maanden vast zat
nadat Wik H. bekend had. Zoals de vraag, hoe het kan
dat honderden justitiemedewerkers in een training
horen dat iemand waarschijnlijk onschuldig in een
cel zit en dat maar één persoon iets onderneemt. Zoals de initiële
reactie van de minister die de zaak probeert te sussen
en de media de schuld geeft, waardoor het beeld ontstond
dat hij niet de onderste steen boven wilde.
Kernvraag
De kernvraag die nu voorligt, is wat er moet gebeuren om het vertrouwen
in de rechtsgang te herstellen en of deze minister van justitie
de man is die leiding kan geven aan dat proces.
Geen incident
De vragen die nu bij veel mensen leven zijn: als bij de lustmoord
op een kind er zo slordig om wordt gegaan met bewijsmateriaal,
hoe zit dat dan in andere, minder ernstige zaken? Als een 11-jarig
slachtoffer op ongehoord harde wijze verhoord wordt, hoe gaat het
dan met een meerderjarige verdachte?
Het is voor D66 duidelijk dat de gang van zaken in de
Schiedammer Parkmoord niet als uitzondering weggezet
kan worden. Als er in één zaak in de hele
justitieketen zoveel steken zijn laten vallen en zo slordig
is gewerkt, dan kan de minister moeilijk beweren dat
het hier om een incident gaat. Ik zeg niet dat de Nederlandse
gevangenissen vol zitten met onschuldige mensen. Ik zeg
wel dat het zeer aannemelijk is dat er ook op andere
plaatsen slordig om wordt gegaan met bewijsmateriaal,
dat niet meer te achterhalen is wie, wat, wanneer met
wie heeft besproken en dat er vaker tunnelvisie is ontstaan.
Openheid over verleden
Om dat te veranderen is er een cultuuromslag nodig in de justitieketen
die begint met openheid over fouten uit het verleden.
Er zijn in het verleden veel problemen geweest bij het
OM , zoals bij de Puttense moordzaak en de Deventer moordzaak.
Is de minister voornemens om deze zaken te laten onderzoeken
op dezelfde duidelijke wijze de heer Posthumus dat nu heeft gedaan?
Is hij bereid om alle zaken waarin een bekentenis later weer is
ingetrokken goed onder het licht te houden? Dat zouden voor D66
eerste tekenen zijn dat het hem ernst is met het opruimen van de
problemen.
Personele gevolgen
In de tweede plaats wil D66 weten welke personele gevolgen al deze
fouten hebben gehad. Krijgen betrokkenen een berisping, een ontslag
of moet Maikel over een jaar horen dat de mannen die hem op ontoelaatbare
wijze verhoord hebben promotie hebben gemaakt? Ik weet dat de minister
niet over het personeelsbeleid van OM en politie gaat, daar gaat
de Kamer ook niet over, maar ik hoop dat hij begrijpt dat het voor
het herstel van het publiek vertrouwen van belang zal zijn welke
gevolgen dit soort fouten hebben, ook in de personele sfeer.
Ik vraag me
ook af wat de minister van Justitie er van vindt dat hij de
hoofdconclusies van het rapport Posthumus pas na de uitzending
van Netwerk krijgt, terwijl zijn eigen voorzitter van het college
van PG’s het al 2 maanden eerder
had. Dit ondanks het feit dat de minister hem een
jaar eerder al vroeg om hem regelmatig op de hoogte te houden
van relevante ontwikkelingen.
Cultuuromslag OM
In de derde plaats wil ik van de minister horen hoe hij de cultuuromslag
in het OM gaat bewerkstelligen. Er ligt nu een lange lijst van
verbetervoorstellen, waarvoor hulde. Ik denk echter niet dat het
omzetten van die aanbevelingen genoeg zal zijn. Natuurlijk moet
het beheer van sporen bij de politie beter, sterker nog het moet
foutloos; maar door dat op te schrijven ben je er niet. Natuurlijk
is het goed als leden van het OM een rechercheopleiding doen, maar
als ze niets doem met die kennis, heb je niets aan die opleiding.
Ik vraag ook aan de minister of hij denkt dat de huidige
dadendrang te maken heeft met een cultuur waarin je carrière
kunt maken en afgerekend wordt op het aantal cases dat
je aflevert, niet op de kwaliteit daarvan.
Dan nog een vraag over de honderden medewerkers die middels
presentaties van het NFI kennisnemen van de fouten in de Schiedammer
Parkzaak. Zij hielden hun mond. Ik vraag mij af hoe de minister
het vindt dat kennelijk honderden medewerkers in de justitieketen
zo weinig rechtsgevoel hebben dat maar een van hen zich afvraagt
of het wel juist is dat iemand onschuldig in de gevangenis zit.
Hoe gaat u bij dit soort mensen een cultuuromslag bewerkstelligen?
En vindt de u dat de leidinggevenden de cursusdeelnemers aan moeten
spreken op hun gedrag?
Hoe vindt de minister het dat het College er ruim 2 maanden
over doet om hem te laten weten dat Wik H heeft bekend? Kan hij
er wel op vertrouwen dat hij tijdig alle informatie krijgt die
hij nodig heeft?
Houding van de minister
Wat van belang is, is ook de houding van deze minister. Deze minister
heeft er voor gezorgd dat het onderzoek er kwam en kondigt een
hele reeks maatregelen aan om zaken te verbeteren. Dat pleit in
zijn voordeel. In zijn brief is hij helder en krachtdadig. Dat
moest natuurlijk ook wel, maar de gevonden toon is juist. Er zijn
echter drie zaken die in zijn nadeel pleiten: De minister erkende
niet meteen dat er echt problemen waren. Ik citeer een paar van
zijn reacties na de eerste uitzending van netwerk:
‘De fout moet nog blijken’ (Volkskrant, 7/9/05)
Over reportage Netwerk: ‘Ik herken me niet in die beelden’ (In
Radio 1 journaal, 6/9/05)
‘Het rapport van het NFI lag bij de rechter op tafel’ (BN/De Stem
7/9/05); maar niet de vijf DNA sporen van de onbekende derde
‘U moet zich wel realiseren dat er een verdachte was, die bekend had’ (De
Gelderlander, 7/9/05); Minister Donner had blijkbaar ook last van tunnelvisie.
Door dit optreden is bij veel mensen de indruk gewekt
dat justitie het beschermen van het eigen apparaat belangrijk vond
dan het boven halen van de onderste steen.
Het bestond de minister zelfs om TV-rubriek Netwerk een
veeg uit de pan te geven, terwijl zij juist veel belangwekkende
feiten waar wij vandaag over spreken naar buiten hebben
gebracht. Dat was niet de reactie van de minister die
mogelijke misstanden onder zijn verantwoordelijkheid
wil oplossen, maar dat was de reactie van een minister
die de status quo wil beschermen. Ik zou graag van de
minister horen hoe hij – in het licht van de feiten
van vandaag – zijn eigen opmerkingen na de afloop van de
Netwerk uitzending kwalificeert. Zou hij het weer zo
doen?
Hoe verhoudt zich het beeld van die minister met de minister
die een brief schreef waarin hij zegt dat “ veel is misgegaan
en beoordelingsfouten zijn gemaakt” en dat “het rapport
laat zien hoe de dwaling in deze zaak heeft kunnen ontstaan. Dat
is soms schokkend”. Graag wil ik weten hoe de minister zijn
verschillende gedrag verklaart. Wie is de echte minister
van Justitie?
Ik zie hier trouwens een parallel met de TBS zaak, waar
we in de Kamer ook met een andere minister te maken hadden dan
diegene die de eerste reactie in de media gaf. Wie is de echte
minister? Heeft hij nu wel geleerd zijn beschermende reflexen af
te leren?
De media niet de schuld geven
Ook vraag ik
de minister of hij bij zijn stelling blijft dat de media het
imago van het OM beschadigen. Dat is toch de omgekeerde wereld?
Als iemand niet 4 jaar onschuldig vast had gezeten, had de media
niets gehad om over te berichten. Vindt de minister dat de media
niet over missstanden of dwalingen mogen berichten? Houdt hij
vast aan zijn klacht? Moet OM niet bestand zijn tegen ‘de
volle druk van de media op iets dat rustig overleg vergt’ (Donner)?
Het OM staat toch dagelijks de media te woord en heeft
toch al sinds jaar en dag te maken met mensen die veel
van die organisatie eisen?
Ook hier is een parallel met het verleden. Anderhalf
jaar geleden beklaagde Donner zich ook al over media,
in het bijzonder ‘het
voortdurend aan de kaak stellen van het onvermogen van overheden’.
Ik vraag de minister: is dat niet juist een essentieel
onderdeel van het werk van de media? Dat is niet schadelijk
maar juist heilzaam.
Voorzitter, ik wil tot slot graag de reactie van de minister
op het idee om in Nederland naar analogie van het VK een Criminal
Cases Review Commission in te stellen .
Tot slot
De fractie van
D66 heeft veel indringende vragen gesteld aan de minister van
Justitie. Eén vraag is voor ons cruciaal dus
die wil ik tot slot onderstrepen. Deelt minister Donner onze opvatting
dat er structurele, serieuze tekortkoming in de justitiële
keten aan het licht zijn gekomen? Durft hij dat onomwonden
zo te stellen? En kan de minister ons er dan van overtuigen
dat hij als een activistische minister de gebreken zal signaleren,
daadkrachtig tegemoet zal treden en effectief aan zal
pakken en dus niet de verdediger zal zijn van de status quo?