30 november
2006
In het Canadese
stadje Kitchener bevindt zich in het huis van een
vrouw van inmiddels tegen de 100 een kostbaar voorwerp
dat de wereld nu al meer dan 70 jaar fascineert. Het
gaat om een anatomisch volmaakt vormgegeven menselijke
schedel die gehouwen is uit een enkel stuk kwartskristal,
inclusief een afneembare kaak en 32 tanden. De eigenares,
Anna Mitchell- Hedges, zegt het kunstvoorwerp te hebben
opgedolven uit de ruïne
van een Maya- tempel die ze in haar tienerjaren samen
met haar vader bezocht toen ze bezig waren met een
expeditie naar mogelijke resten van Atlantis.
Wat vooral zo verbijsterend is aan deze schedel is hoe
deze is gemaakt. Kwarts- kristal behoort tot de hardste
materialen die we kennen, maar desondanks heeft het gereedschap
dat voor het maken van de schedel gebruikt moet zijn daar geen
enkel spoor op achtergelaten. Vooral wanneer de schedel in het
volle zonlicht staat lijkt het wel een echte schedel die als bij
toverslag verandert is in glas. Zo mogelijk nog indrukwekkender
zijn de als prisma's uitgevoerde ogen, die zo zijn vormgegeven
dat ze elk licht dat erop valt bundelen, waardoor de hele schedel
griezelig oplicht. Opmerkelijk genoeg hebben deskundigen gezegd
dat zelfs met de tegenwoordig beschikbare technieken dit verbluffende
staaltje vakmanschap niet is te evenaren.
Dit is echter
lang niet het enige raadsel rond "de schedel van
Mitchell- Hedges", zoals hij wel wordt genoemd. Dit griezelig
aandoende voorwerp zou een overblijfsel moeten zijn van
een reeds lang teloorgegane beschaving? Heeft het speciale
krachten, zoals door sommigen wel is geopperd? Of is deze schedel-
zonder meer de fraaiste van de tien, twaalf die er over de hele wereld
zijn- gewoon een knap staaltje bedrog?
De ontdekking
Begin jaren "20 toog een kleurrijk gezelschap avonturiers naar
het in Midden- Amerika gelegen Brits- Honduras (het huidige
Belize), om daar op zoek te gaan naar de verdwenen wereld van Atlantis.
Mike Mitchell- Hedges stond aan het hoofd van een team waar ook zijn
dochter Anna en zijn levenspartner, lady Richmond Brown, deel van uitmaakten,
evenals dr. Thomas Gann, een onverschrokken voormalig
legerarts. Dit waren ook de namen die figureerden in de verklaring
die Anna Mitchell- Hedges in februari 1968 ondertekende, waarmee ze
bezwoer dat op de expeditie naar Lubaantun in 1924 wel degelijk buitengewone
zaken waren voorgevallen. In het Engels vertaald betekend "Lubaantun" "stad
van de omgevallen stenen". Dit was dan ook precies wat de expeditieleden
daar in het oerwoud aantroffen: een stad in ruïne, ooit gebouwd
door de Maya's, het volk dat kon bogen op een beschaving
die terugging tot circa 1500 v.Chr. en die op zeker moment
op een veel hoger plan stond dan welke cultuur in het
Westen dan ook.
Vergane
stad
Deze vergane stad
omspande een gebied dat 6 km2 groot was en omvatte piramiden, terrassen,
onderaardse gewelven en zelfs een amfitheater waar wel 10.000 mensen
in konden. De expeditieleden besloten de stad te doorzoeken. Bij
graafwerkzaamheden aan de resten van de tempel zou men
toen gestuit zijn op de kristallen schedel. "Ik
vond de schedel begraven onder het altaar", verklaarde Anna
later plechtig. "En drie maanden later is toen de kaak gevonden,
ruim 7 meter verder". Hoewel in de loop der jaren de nodige
twijfel is gerezen omtrent de hele gang van zaken, alsook
over de authenticiteit van de schedel, heeft Anna nooit
een moment van onzekerheid laten doorschemeren in haar
lezing van het gebeurde.
Een schedel met een vloek?
Na de ontdekking heeft de schedel in de loop der jaren
aanleiding gegeven voor legendevorming. Vooral de mare
dat er een vloek op zou rusten bleek onuitroeibaar. "Mijn vader geloofde
dat die alleen iemand zou treffen die respectloos met de schedel
omsprong", beweert Anna Mitchell- Hedges. "Anders had hijzelf
helemaal snel dood moeten gaan toen hij hem gevonden had, en niet
nog 30 jaar in blakende gezondheid kunnen blijven leven. De acht
keer dat hij door een kogel werd getroffen, en de drie messteken
die hij tussendoor nog kreeg hebben hem niet kunnen deren. Niet dat
hij voor die schedel in gebed op zijn knieën lag, maar hij omringde
'm wel met eerbiedige zorg".
Niettemin deed Mitchell-
Hedges in zijn in 1955 verschenen autobiografie heel terughoudend
over het moment van de vondst. "Hoe
ik er precies aan ben gekomen houd ik voor mezelf", schreef
hij. Er zijn mensen die daarin reden zagen om te spreken van een
groots opgezet bedrog. Omdat Anna Mitchell- Hedges de schedel uitgerekend
op haar 17de verjaardag ontdekte, kan het volgens sommigen best zo
gegaan zijn dat haar vader hem daar opzettelijk had neergelegd, opdat
zij hem dan zou vinden, als verjaardagscadeau. Bovendien verscheen
in 1936 van de hand van de Britse antropoloog G.M. Morant een artikel
in het academisch tijdschrift Man ("Mens"), waarin hij
twee kristallen schedels vergeleek. Een daarvan zou de fameuze schedel
zijn waar een vloek op rustte, maar van een schedel van Mitchell-
Hedges repte het artikel niet: volgens de auteur behoorde de schedel
destijds toe aan Sydney Burney. Verder onderzoek in de jaren "80
door Joe Nickells, een sceptisch ingestelde Amerikaan, wees uit dat
Burney, die kunsthandelaar was, de schedel zou hebben gekocht van
een geheimzinnige verzamelaar en dat hij daarvoor in het bezit was
geweest van "een Engelsman". Eerst wilde Burney de schedel
laten veilen bij Sotheby's, maar uiteindelijk verkocht
hij hem in 1944 aan Mitchell- Hedges voor 400 pond.